Overlay

KWALITEIT VOEDING

Wat men eet is vaak van onvoldoende kwaliteit

Waar de opbrengst van een gewas toeneemt, stijgt vrijwel zeker het aantal koolhydraten ten koste van het aandeel vitaminen en andere fytonutriënten. Hieronder het bewijs wat aannemelijk maakt dat onze voeding de afgelopen 50-100 jaar inderdaad minder mineralen, vitaminen, fytonutriënten en eiwitten is gaan bevatten.
Verarming en uitputting van de landbouwgrond
Verarming van de landbouwgrond leidt automatisch tot een mindere voedselkwaliteit. Wat niet in de grond zit, komt ook niet op ons bord. Dit probleem speelt vooral in Europa, waar een groot deel van ons groente en fruit vandaan komt. Het is vooral een tekort aan selenium en jodium, maar ook andere nutriënten worden schaarser.
De oorzaken van verarming zijn onder andere gelegen in de moderne intensieve productiemethoden die sinds “de groene revolutie” sinds de jaren 60 op grote schaal worden toegepast. Intensieve productiemethoden zorgen voor vervuiling, waterschaarste, minder vruchtbare gronden en een beperkte biodiversiteit. Ook vindt er veel eenzijdige beplanting plaats. Elk gewas neemt een eigen unieke mix van nutriënten op uit de bodem. En als men voortdurend één gewas verbouwt, krijgt de grond niet de kans om deze nutriënten weer aan te vullen.
Verder zijn, door de toenemende buien in ons land, vooral de spoorelementen minder toegankelijk doordat zij dieper in de bodem wegzakken. Het gewas kan om deze reden de spoorelementen minder goed aan zich binden.

Selectie in manipulatie van gewassen.

Tijdens de “groene revolutie” ging de opbrengsten van gewassen in de ontwikkelingslanden met een factor twee tot drie omhoog. Dit is onder andere te danken aan manipulatie van gewassen, alsmede de toevoeging van kunstmest. De opbrengst lijkt echter omgekeerd evenredig met de nutriëntendichtheid, waardoor de voedzaamheid van de gewassen juist achteruit gaat.
Door toevoeging van bijvoorbeeld kunstmest (fosfor) heeft de plant een grotere opbrengst, maar per gram drooggewicht vooral rijker wordt aan fosfor. Overige mineralen nemen hierdoor juist met 20-50% af.
De “verdunde” plant als geheel bevat overigens wel meer nutriënten. Het is het aantal nutriënten per gram drooggewicht wat omlaag gaat. We zouden dus meer van dat gewas moeten eten om dezelfde hoeveelheid nutriënten binnen te krijgen. We vertrouwen er echt niet op dat de Nederlander dit ook zal doen.

Fruit wordt onrijp geplukt

Om logistieke redenen is het “handiger” om fruit onrijp te plukken. Hierdoor kan het langer onderweg zijn en langer worden opgeslagen voordat het verkocht moet worden. Dit is de oplossing waar alle grote supermarkten voor kiezen, omdat ze vaak geen directe toelevering hebben vanaf het land. Echter, veel nutriënten (waaronder vitamine C) worden pas bij rijping in de zon aan de levende plant geproduceerd. Ofwel: hoe langer de weg van de fruitboom naar ons bord, hoe minder voedzaam het fruit is en hoe meer je ervan moet eten. De 25% van de Nederlanders die “voldoende” fruit eet (2 tot 3 stuks per dag) krijgt nog steeds onvoldoende vitaminen binnen.

Weinig bewegingsruimte en eenzijdige voeding voor vlees en gevogelte

Kippen, varkens en koeien die weinig ruimte hebben om te bewegen krijgen ook weinig kans om spiermassa te ontwikkelen. Spiermassa bestaat uit eiwitten die in ons lichaam weer worden omgezet in de nodige aminozuren. Vlees uit de fabriek heeft nauwelijks bewogen, is vaak gevoed met granen (dat is niet hun natuurlijke voeding, en granen kunnen bovendien van arme bodems afkomstig zijn), bevat veel vocht en zit vaak vol met antibiotica. Hier treedt dus ook een verdunningseffect op, waardoor men minder nutriënten binnenkrijgt, zelf al houd men zich aan de richtlijnen van gezonde voeding.
Wild vlees heeft bewogen en heeft zich gevoed met natuurlijke voedingsstoffen waarop het dier is aangepast. Een kleine hoeveelheid hiervan zou al meer voedingsstoffen kunnen bevatten in vergelijking met een flink stuk vlees van een koe.

Levensstijl

Naast de kwaliteit van het voedsel heeft onze levensstijl heel veel invloed.
De vier belangrijkste leefstijlfactoren zijn roken, alcohol, bewegen en voeding. Als die vier op een rij worden gezet, blijkt dat elk mens zijn leven op een gezonde manier kan beïnvloeden omdat we al die factoren zelf in de hand hebben.
We gaan echter achteloos met die macht om. Dat uit het feit dat heel veel mensen ongezonde leefstijlkeuzes maken. Van alle Nederlanders drinkt tien procent te veel, een kwart van de mensen rookt, een derde beweegt te weinig en bijna alle mensen eten te weinig groente en fruit. Daarnaast eten we wel veel kant-en-klaar producten, overmaat aan suikerproducten en veel koekjes en snacks.
Bovendien is het bij veel mensen niet een kwestie van drinken óf roken, maar drinken én roken. Veel mensen stapelen hun ongezonde manieren. Mensen met overgewicht, zijn vaak zwaardere drinkers dan slanke mensen. Rokers sporten vaak minder dan niet-rokers. En wie snackt, doen dat het liefst zittend voor de televisie.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.